COLUMN | Groen scoren met sensoren

Machteld de Kroon is managing director Bouw, Infrastructuur & Maritiem bij TNO

donderdag 5 november 2020
Afbeelding COLUMN | Groen scoren met sensoren

Als je de gemiddelde Nederlander 25 jaar geleden vroeg of hij van plan was een mobiele telefoon aan te schaffen was de reactie meestal: ‘Die heb ik toch helemaal niet nodig? Ik heb al een antwoordapparaat’. Maar inmiddels beschikt 97% van de inwoners in Nederland over een mobiele telefoon.

Zal het ook zo gaan met sensoren in onze woningen? Ik kan nu al aan de hand van een app op mijn smartphone de opbrengst van de zonnepanelen op mijn dak aflezen. En met een wifi-stopcontact kan ik zelfs tijdens mijn vakantie op afstand de tuinsproeier aanzetten. Dit is maar een greep uit de digitale oplossingen die ons gemak dienen.

Zouden we digitalisering ook kunnen inzetten om het milieu te dienen? Bijvoorbeeld om te kunnen optimaliseren op energieverbruik en daarmee de CO2-uitstoot terug te brengen? Het zou de moeite waard zijn om de mogelijkheden op z’n minst te verkennen. Bijvoorbeeld om het effect van het gebruik van energielabels te verbeteren.

Waarom is dat nodig? Energieverbruik is bij energielabels gebaseerd op theoretische waarden. We hebben echter in de praktijk gemeten dat het daadwerkelijke energieverbruik afwijkt van de theorie. Zo ligt bij de lage labels G tot C het energieverbruik in de praktijk gemiddeld lager dan theoretisch voorspeld. En in het geval van de hoge labels (A,B) is het energieverbruik juist hoger dan men op voorhand heeft ingeschat. Dit heeft met meerdere factoren te maken, waaronder het comfort in de woning, of een niet optimaal ingestelde installatie. Ook het niet voorspelde gedrag van de bewoners telt mee, zoals het openzetten van ramen of  het afplakken van ventilatieroosters.

Kennelijk lukt het ons nog niet goed om op basis van theoretische, fysische modellen de praktijk nauwkeurig te voorspellen. Dat betekent ook dat we waarschijnlijk niet de best mogelijke aanpassingen doen aan een woning om daadwerkelijk CO2-emissies te reduceren. Daar valt dus nog wat te winnen.

Stel dat het mogelijk zou zijn om betere voorspellingen te doen, dan kunnen we zorgen dat woning aanpassingen meer CO2-reductie opleveren. Maar we kunnen in de toekomst ook nog een stap verder gaan. We zouden namelijk op wijkniveau de energievraag en het energieaanbod beter op elkaar af kunnen stemmen. Verwachte pieken in de vraag kunnen dan worden opgevangen door bijvoorbeeld eerder te beginnen met verwarmen of door stroom uit zonnepanelen op het juiste moment lokaal op te slaan. De uitdaging wordt dan niet om het elektriciteitsnet te verzwaren, maar om energieverbruik beter te voorspellen door gebruik te maken van sensoren in woningen.

In hoeverre zijn Nederlanders gemotiveerd om hieraan mee te werken als dit leidt tot meer comfort, lagere energiekosten én een vermindering in CO2-emissies? Hopelijk kunnen we over 25 jaar zeggen dat eigenlijk niemand meer zonder wil. Net zoals dat met de mobiele telefoon gebeurd is.