Leer van het verleden: investeer in de toekomst

vrijdag 15 januari 2021

Marieke van der Post

beleidsadviseur onderwijs
Afbeelding Leer van het verleden: investeer in de toekomst

Tijdens de crisis van 2008-2013 hebben zo'n 70.000 mensen de bouw- en infrasector verlaten. Vorig jaar werd wederom de noodklok geluid, toen het EIB aangaf dat er 40.000 banen in de bouw op de tocht staan wanneer de overheid niet in actie zal komen.

Deze sobere toekomstverwachtingen zijn echter van tijdelijke aard, want het EIB verwacht dat over anderhalf tot twee jaar 'gewoon' mensen nodig zijn bij de uitgestelde vraag naar woningen, energietransitie en verduurzaming. Daarom is het nu essentieel om personeel voor de sector te behouden. Een overbruggingsperiode dus, waarin de overheid en Koninklijke Bouwend Nederland alles op alles zetten om een exodus te vermijden.

'Krachtige sector met goed personeel van belang'

"Eigenlijk zijn we al jaren bezig om vakkrachten te behouden voor onze mooie sector en ook nu blijven we bereid zelf geld te investeren", stelt Jørgen Hulsmans, plaatsvervangend directeur Beleid en Vereniging bij Koninklijke Bouwend Nederland. "Samen met de vakbonden hebben we een gezamenlijk belang: een krachtige sector die beschikt over goed opgeleid personeel en hen behouden. In Nederland staan we de komende decennia voor grote maatschappelijke uitdagingen, en daarbij is goed en voldoende personeel onontbeerlijk. Alles wat wij hebben opgenomen in het Paritair Stimuleringsplan voor Behoud van Vakkrachten sluit aan op zaken die we al uitvoeren. Dit keer vragen we de overheid echter om dat extra steuntje in de rug. Zo kan een verlenging van de NOW-regeling substantieel bijdragen aan zaken die we zelf initiëren en kunnen we voorkomen dat we in een crisisachtige situatie terechtkomen waarin we noodgedwongen afscheid van mensen moeten nemen. Als er één ding is dat de vorige crisis ons heeft geleerd, is dat het lastig is om eenmaal vertrokken personeel weer terug te leiden naar de sector. Het belang van behoud is dus groot, vandaar dat een aantal steunmaatregelen gewenst is. Los van de NOW zijn dat onder meer een financiële compensatie voor verzuimkosten, een bijdrage aan een regeling voor zware beroepen, digitale opleidingsmogelijkheden, een verlaging van de WIG-kosten en een verhoging van de subsidie Praktijkleren."

'Hand in eigen boezem'

Tot zover de maatregelen die de bouw- en infrasector van de overheid verlangt. Dat is niet alles: de sector steekt de hand in eigen boezem bij het opstellen van een allesomvattend stimuleringsplan. Marieke van der Post, programmamanager Onderwijs van Koninklijke Bouwend Nederland, licht toe: "Dit deel van het plan bestaat uit zes maatregelen. Zo moeten we ervoor waken dat het aannemen van leerlingen door bedrijven en opleidingsbedrijven niet stil komt te liggen. Dit kun je opvangen door hen tegemoet te komen met een financiële bijdrage per leerling. De tweede maatregel wil zij-instroom bevorderen: probeer werkzoekenden uit andere sectoren naar de bouw te halen. Een derde maatregel is het bevorderen van arbeidsmobiliteit, zowel binnen de sector als intersectoraal. Zo hebben we een tool ontwikkeld om collegiale in- en uitleen te bevorderen. Dit is voor werkgevers een manier om medewerkers die even niet aan het werk kunnen binnen het bedrijf, eenvoudig aan te bieden om werkzaamheden voor een ander bedrijf te verrichten. Ook de ontwikkeling van een Skills Paspoort valt onder deze maatregel. Een vierde ontwikkeling die we graag zien, is het faciliteren van digitale opleidingen zodat leerlingen zich kunnen blijven ontwikkelen. De vijfde is minstens zo belangrijk: zorg ervoor dat ervaren leermeesters aan boord blijven en hun kennis en kunde op leerlingen kunnen overbrengen. Als laatste pleiten we voor projecten die een duurzame bouw bevorderen, waaronder die van een wijkgerichte energietransitie."

Uitgelicht: stimuleren van BBL

De door de EIB geluide noodklok is best heftig, stelt Suzanne den Dulk, voorzittter van de vakgroep Opleidingsbedrijven. "Wij zijn naast opleider tevens werkgever van BBL-leerlingen. Zij zijn bij ons in dienst én krijgen een salaris uitbetaald. Met het afgegeven signaal van de 40.000 banen die in het gedrang komen, bestaat het risico dat opleidingsbedrijven in economisch uitdagende tijden het zekere voor het onzekere nemen en geen mensen aannemen, terwijl er straks weer gedegen personeel keihard nodig zal zijn voor onder meer woningbouw, energietransitie en verduurzaming. Samen met Koninklijke Bouwend Nederland hebben we daarom gekeken naar wat we kunnen doen om BBL'ers in dienst te nemen en te houden, en daar is de regeling van €1.250 per leerling uit voortgevloeid."

Voorstander van zelf opleiden

Lidbedrijf Van der Werff Groep is een groot voorstander om leerlingen binnen de eigen gelederen op te leiden. Op deze manier kan ook de vergrijzing binnen het eigen bedrijf worden opgevangen. Het infrabedrijf merkt dat er veel meer jeugd interesse in het vak heeft, een goed teken aan de wand. Directeur Dennis van der Werff: "Koninklijke Bouwend Nederland plukt de vruchten van deze investeringen om te laten zien hoe mooi het vak is. Er was een tendens voor leerlingen om achter de computer te zitten, maar ons vakgebied is zo mooi en mag nu eenmaal niet verloren gaan. De bouwsector moet nóg meer van zichzelf laten zien zodat bouwtalent zichzelf kan ontdekken. Lang niet iedereen wordt gelukkig van een kantoorbaan".

Binnen Van der Werff Groep kiezen zelfs de kinderen van werknemers voor het vak, waarbij sommigen de BBL-opleiding verkiezen. "Wanneer dit vanuit de overheid of Bouwend Nederland gestimuleerd wordt met een subsidie voor het bedrijf of een opleidingsbedrijf, is mij om het even. Wij hebben zelf leermeesters in huis, maar als iemand ervoor kiest een dag per week naar het SPG of ROC te gaan is dat prima. Daar zit overigens wel een belangrijke sleutel, want de samenwerking tussen de aannemerij en opleidingsinstituten is voor verbetering vatbaar. Beiden zijn in mijn optiek vrij conservatief van aard. Hier wordt overigens al aan gewerkt met één gemeenschappelijk doel: bekwaam personeel opleiden én behouden voor de bouwsector."

"Je wilt mensen aan je binden die intrinsiek gemotiveerd zijn om het vak onder de knie te krijgen en bereid zijn in zichzelf te investeren", besluit Van der Werff. "Fris, fruitig en jong personeel dat op de bouwplaats wil knallen. Als daar een bedrag van €1.250 per leerling tegenover staat, kan dat voor bedrijven en opleidingsbedrijven een stimulans zijn om in leerlingen te investeren. Nogmaals: de grootste drive ligt bij leerlingen zelf."

Uitgelicht: ontwikkelen Skills Paspoort

Een andere maatregel is het Digitale Skills Paspoort voor Vakmensen (DSP), dat in opdracht van Bouwend Nederland en Techniek Nederland/ Wij Techniek door HAN University of Applied Sciences wordt ontwikkeld. Lector Jos Sanders: "Onderzoek naar 'Loopbaan APK's' toonde aan dat er voor hoogopgeleiden veel instrumenten zijn, maar niet voor bouwplaatsvakmensen. Het is juist heel belangrijk dat mensen die fysiek zwaar werk verrichten goed zicht houden op hun skills én dat ook kunnen aantonen. Het 'Skills Paspoort' is bedacht om vakmensen snel en eenvoudig de eigen skills-set te laten zien alsmede de ontwikkeling daarin en dat je niet naar school hoeftom je te blijven ontwikkelen."

"De Nederlandse arbeidsmarkt is ingericht op diploma's", vervolgt Sanders. "We weten dat diploma's verouderen. Dit gebeurt steeds sneller en diploma's halen terwijl je werkt is best moeilijk. Daardoor zijn er veel vakmensen met een hoop skills maar met weinig diploma's. Juist die vakmensen kunnen zich heel moeilijk over de arbeidsmarkt verplaatsen. Met het Skills Paspoort wordt bijgehouden over welke skills zij op dit moment beschikken. Tijdens het werk opgedane kennis en vaardigheden worden door de jaren in een Skills Paspoort vastgelegd, erkend en gewaardeerd."

De skills worden op drie manieren aantoonbaar gemaakt. Het 'hardste' bewijs zijn behaalde diploma's en certificaten via de stichting Centraal Register Techniek. Semi-harde bewijsvoering komt beschikbaar tijdens uitgevoerde werkzaamheden en projecten die door een leidinggevende worden gevalideerd. Als laatste is er de 'zachte' bewijsvoering die men door self assessments kan uitvoeren. Sanders besluit: "Deze assessments kunnen gebruikers voorleggen aan leidinggevenden of andere assessoren. Het resultaat is een totaalbeeld van de actuele skills-set en het grote voordeel is dat alle skills in één oogopslag terug te vinden zijn en dat de bewijsvoering grotendeels beschikbaar komt zonder dat de vakmensen dit zelf moeten bijhouden. Met het Skills Paspoort weten we 'wat iemand kan' waardoor we sneller en makkelijker kunnen kijken naar 'wat iemand wil'. Zo kunnen ook vakmensen doelgericht bezig zijn met een leven lang ontwikkelen."