• Home
  • Actueel
  • Nieuws
  • Met deze drie verbeterpunten wordt Actieplan Groene en Digitale Banen nog beter

Met deze drie verbeterpunten wordt Actieplan Groene en Digitale Banen nog beter

Afbeelding Met deze drie verbeterpunten wordt Actieplan Groene en Digitale Banen nog beter
donderdag 25 mei 2023

Op 25 mei vindt het Commissiedebat Actieplan Groene en Digitale Banen plaats. Bouwend Nederland benadrukt graag dat het in november gepresenteerde Aanvalsplan een cruciaal onderdeel van de nieuwe kabinetsaanpak moet zijn om het tekort aan technici terug te dringen. De uitvoering van het Aanvalsplan moet onder meer zorgen voor meer arbeidsbesparende innovaties, meer aandacht voor het behoud van technici, 1000 extra hybride docenten en een compleet nieuw arbeidsmarktsysteem om mensen te laten instromen en behouden. Bouwend Nederland is positief over de gepresenteerde plannen, maar ziet op de volgende drie punten mogelijkheden tot verbetering.

1. Per leerling ophogen van bedrag voor Subsidie Praktijkleren

Voor de Subsidie Praktijkleren constateren we dat in 2023 naar verwachting nog maar maximaal 2.300 euro per leerplaats beschikbaar is voor leerbedrijven die een bbl-student begeleiden. De afgelopen jaren ontving een leerbedrijf nog de maximale 2.700 euro per leerplaats. Dat betekent tenminste 400 euro per bbl-plek minder. De kosten die een ondernemer maakt voor het begeleiden van een bbl-er zijn circa 12.000 euro per jaar, bestaande uit schoolkosten, materialen, uren en praktijkopleiders.

De netto maatschappelijke baten voor dergelijke trajecten bedragen bijna 1.4 miljard euro  per jaar (onderzoek SEO 2019). We pleiten daarom voor het behoud en het vastzetten van de subsidie op een bedrag van 2.700 euro per student/per bedrijf per jaar. Zo weten bedrijven waar ze op kunnen rekenen en kunnen gemakkelijker bbl-plekken realiseren. Ook zorgt dit voor  een eerlijkere verdeling van maatschappelijke kosten en baten.

In de voorjaarsnota is aangekondigd dat de hoogte van de bbl de komende jaren gemiddeld op 2.300 euro wordt geraamd. Dat is, los van de inflatie, al een korting van 12%. Het zou de instroom van toekomstige vakmensen bevorderen als het subsidiebedrag per leerling wordt verhoogd. De technische sectoren hebben de grootste aantallen bbl-studenten, een derde van het jaarlijkse totaal en de bbl vormt de crux voor de instroom, ook voor zij-instroom en voor veel jongeren de route naar een waardevolle startkwalificatie op de arbeidsmarkt.

2. Ga van kennismigrantenregeling naar gerichte vakkrachtenregeling

De ambitie van de industriecoalitie, waar Bouwend Nederland onderdeel van uitmaakt, is om meer statushouders aan de slag te helpen en talent van buiten (tijdelijk) aan te trekken om voldoende capaciteit te hebben om te voldoen aan de maatschappelijke vraag. Een gerichte vakkrachtenregeling moet hierbij helpen. Duitsland past dit al toe. Wij vragen om binnen de huidige kennismigrantenregeling pilots toe te staan om zo eerste ervaringen op te doen in de richting van een vakkrachtenregeling. In deze krappe arbeidsmarkt heb je ook vakkrachten van buiten de EU nodig om de grote bouwopgaven te kunnen realiseren. Met het aantrekken van dit talent kunnen naar schatting structureel zo’n 10.000 vacatures per jaar worden ingevuld. Op dit moment ontbreekt de vakkrachtenregeling in het Actieplan, terwijl ook tijdelijk talent van buiten een bijdrage kan leveren aan het oplossen van de tekorten in de technische sectoren. 

3. Meer uniformiteit zorgt voor efficiëntere inzet van beschikbare gelden 

Tot slot willen we versnippering van regelingen voor de arbeidsmarkt tegengaan en regie en samenwerking aan bij de overheid bevorderen. De industriecoalitie werkt intensiever samen aan meer uniformiteit op de arbeidsmarkt. Ook daar wensen we een publiek-private synergie om de technische bedrijven en (toekomstige) werknemers te faciliteren en te ontzorgen. Hierbij zijn regie en samenwerking van marktpartijen met departementen EZK, SZW en OCW cruciaal, net als provinciale en gemeentelijke inbedding.

Door beter samen te werken kunnen we ook opleidingen met minder leerlingen in de lucht. Dit kan bijvoorbeeld door docenten (regionaal) uit te wisselen. Ook bij van werk naar werk trajecten zien we veel verschillende regelingen. Het woud aan verschillende regionale subsidies en vouchers zorgt dat kandidaten en bedrijven steeds weer, afhankelijk van de regio, op zoek gaan naar alle financiële regelingen die specifiek gelden. Dit werkt als drempel en zou veel eenvoudiger en eenduidiger moeten zijn. Denk ook aan het vervallen van het STAP-budget, zonder dat hier een vervangende regeling voor is.     

Met meer uniformiteit voorkom je versnippering en zet je beschikbare gelden efficiënter in voor omscholing.

Linkjes

Ruben Heezen Beleidsadviseur