Aanvullingsfonds

Wat zegt de cao BTER

Afbeelding Aanvullingsfonds

Het Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid is een onderdeel van de cao Bedrijfstak Eigen Regelingen 2016-2019. Het Aanvullingsfonds verstrekt "aanvullingen" aan werknemers die een SV-uitkering ontvangen en verstrekt "stimuleringsuitkeringen bij re-integratie". Daarnaast voorziet het fonds in een tegemoetkoming in de loonkosten voor "extra verlofdagen" (EVD) van werknemers die 55 jaar of ouder zijn.

Bonus bij re-integratie in het tweede ziektejaar

De bepalingen over de re-integratiebonus staan vermeld in het Reglement Re-integratie van het Aanvullingsfonds opgenomen in de cao Bedrijfstak Eigenregelingen.

In het tweede ziektejaar krijgt de werknemer 70% van zijn vast overeengekomen loon doorbetaald. Als hij in het tweede ziektejaar re-integreert in zijn oude of een nieuwe functie binnen of buiten het bedrijf of de bedrijfstak, bestaat er onder de volgende voorwaarden recht op een bonus voor zowel werkgever als werknemer (artikel 79 van de cao Bouw & Infra):

  1. De werknemer moet minstens twee maanden onafgebroken weer aan het werk zijn; wordt de periode van twee maanden onderbroken door vakantie, dan wordt de periode van twee maanden met de duur van die vakantie verlengd;
  2. De werknemer moet met dit werk minstens 50% verdienen van het vast overeengekomen loon (VOL) of salaris dat hij verdiende voordat hij ziek werd; (…)

Voldoet de werknemer aan bovenstaande eisen en blijft hij in dienst bij de oorspronkelijke werkgever, heeft hij over de periode vanaf de eerste dag van zijn tweede ziektejaar tot en met de laatste dag van de tweede maand dat hij weer aan het werk is (en minimaal 50% van het VOL verdiend), recht op een aanvulling ineens tot 100% van het VOL dat hij verdiende voordat hij ziek werd.

De periode waarover de aanvulling plaats vindt kan echter nooit langer zijn dan 12 maanden. De aanvulling kan ook noot meer dan één keer per jaar worden verstrekt.

Als de re-integratie gebeurt middels indiensttreding bij een andere werkgever en wordt voldaan aan de bovenstaande voorwaarden, dan betaalt de oorspronkelijke werkgever de werknemer de aanvulling van ten hoogste 12 maanden 30%, echter uitsluitend tot aan de dag van de re-integratie. Over de twee maanden van re-integratie hoeft geen aanvulling betaald te worden.

De werkgever die de hiervoor genoemde aanvulling ineens aan de werknemer heeft betaald, heeft recht op een bonus van € 2.500 uit het Aanvullingsfonds. De administratieve voorwaarden hiervoor staan op de website van de Bedrijfstak Eigen Regelingen Bouw.

Overgangsregeling extra roostervrije dagen oudere werknemers

Per 1-1-2016 hebben werknemers geen recht meer op seniorendagen. Voor oudere werknemers is een Overgangsregeling extra roostervrije dagen oudere werknemers (extra RVD) opgenomen in artikel 36a en 36b van de cao Bouw & Infra.

De werkgever heeft recht op een tegemoetkoming voor deze extra RVD. In de cao Bedrijfstak eigen regelingen is het Reglement Overgangsregeling extra roostervrije dagen oudere werknemers opgenomen, waarin de regels staan over hoe de werkgever in aanmerking kan komen voor deze tegemoetkoming.

Aantal extra RVD
Werknemers, komen voor de tegemoetkoming als bedoeld in lid 1 in aanmerking. Er geldt een maximum aantal extra roostervrije dagen dat de werkgever per werknemer per kalenderjaar kan declareren. Dit maximum is in onderstaande tabel weergegeven.

bouwplaatswerknemers per werknemer per
kalenderjaar
Vanaf 1-1-2016 geboren vóór 1956 13
Vanaf 1-1-2016 geboren tussen 1956 en 1961 10
Vanaf 1-1-2018 geboren in 1961 10
Vanaf 1-1-2019 geboren in 1962  9
Vanaf 1-1-2020 geboren in 1963  8
Vanaf 1-1-2021 geboren in 1964  7
Vanaf 1-1-2022 geboren in 1965  6


Tegemoetkoming
De tegemoetkoming geldt alleen voor de in lid 2 bedoelde extra roostervrije dagen die in het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd, worden opgenomen dan wel uitbetaald. De loonkosten voor bedoelde extra roostervrije dagen van oudere werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn, komen voor de tegemoetkoming in aanmerking.

Geen recht op tegemoetkoming
Extra roostervrije dagen komen niet voor de tegemoetkoming in aanmerking wanneer:

  • de werknemer op de extra roostervrije dag heeft gewerkt;
  • de werknemer op de extra roostervrije dag ziek is;
  • de werknemer op een extra roostervrije dag een uitkering ontvangt op grond van een andere regeling of een van de sociale verzekeringswetten.

De tegemoetkoming geldt niet voor feest- en verlofdagen en voor onderling overeengekomen en collectief aangewezen roostervrije of ATV-dagen.

Einde dienstverband
Het Aanvullingsfonds verstrekt de tegemoetkoming alleen over niet opgenomen extra roostervrije dagen als het dienstverband van de betreffende werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid wordt beëindigd en het recht op die extra roostervrije dagen wel is opgebouwd.

Declareren binnen 6 maanden na opname extra RVD
De werkgever dient binnen zes maanden na het opnemen van een extra roostervrije dag een declaratie in bij het Aanvullingsfonds. Na zes maanden vervalt het recht op declaratie van de extra roostervrije dag. De administratieve voorwaarden hiervoor staan op de website van de Bedrijfstak Eigen Regelingen Bouw.

Overgangsregeling extra verlofdagen oudere werknemers (opgebouwd vóór 1-1-2016)

Per 1-1-2016 hebben werknemers geen recht meer op seniorendagen. Voor oudere werknemers is een Overgangsregeling extra roostervrije dagen oudere werknemers (extra RVD) opgenomen in artikel 36a en 36b van de cao Bouw & Infra.

De werkgever heeft nog recht op een tegemoetkoming in de loonkosten voor reeds vóór 1 januari 2016 opgebouwde extra verlofdagen van oudere werknemers, die op of na 1 januari 2016 worden opgenomen. In de cao Bedrijfstak eigen regelingen is het Reglement Overgangsregeling extra dagen oudere werknemers opgenomen, waarin de regels staan over hoe de werkgever in aanmerking kan komen voor deze tegemoetkoming.

Maximum aantal extra verlofdagen te declareren
Er geldt een maximum aantal extra verlofdagen dat de werkgever per oudere werknemer op grond van deze overgangsregeling kan declareren. Dit maximum is in onderstaande tabel weergegeven.

werknemers per werknemer per kalenderjaar
55 tot 60 jaar  10
60 jaar en ouder  13

 
Tegemoetkoming
De tegemoetkoming geldt alleen voor de hiervoor bedoelde extra verlofdagen die binnen vijf kalenderjaren na het jaar waarin ze zijn opgebouwd, worden opgenomen dan wel uitbetaald. De loonkosten voor de hierboven bedoelde extra verlofdagen van oudere werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn, komen voor de tegemoetkoming in aanmerking.

Geen tegemoetkoming
Extra verlofdagen komen niet voor de tegemoetkoming in aanmerking wanneer:

  • de werknemer op de extra verlofdag heeft gewerkt;
  • de werknemer op de extra verlofdag ziek is;
  • de werknemer op een extra verlofdag een uitkering ontvangt op grond van een andere regeling of een van de sociale verzekeringswetten.

De tegemoetkoming geldt niet voor feest- en verlofdagen en voor onderling overeengekomen en collectief aangewezen roostervrije of ATV-dagen.

Einde dienstverband
Het Aanvullingsfonds verstrekt de tegemoetkoming alleen over niet opgenomen extra verlofdagen als het dienstverband van de betreffende werknemer tijdens
arbeidsongeschiktheid wordt beëindigd en het recht op die extra verlofdagen wel is opgebouwd.

Declareren binnen 6 maanden na opname extra verlofdagen
De werkgever dient binnen zes maanden na het opnemen van een extra verlofdag een declaratie in bij het Aanvullingsfonds. Na zes maanden vervalt het recht op declaratie van de extra verlofdag. De administratieve voorwaarden hiervoor staan vermeld op de website van de Bedrijfstak Eigen Regelingen Bouw.

Pensioenopbouw bij werkloosheid en/of ziekte tijdens werkloosheid

De werknemer die direct aansluitend op zijn dienstbetrekking met zijn werkgeversrecht heeft op een uitkering als bedoeld in de Werkloosheidswet (hierna: WW) of de Ziektewet (hierna: ZW) heeft gedurende maximaal 6 maanden na het einde van de dienstbetrekking en gedurende die WW- en/of ZW-uitkering recht op betaling van een bedrag aan de pensioenuitvoerder ten behoeve van de voortzetting van de ouderdomspensioenopbouw (hierna: aanvulling pensioenpremie) (artikel 5 Reglement Aanvullingen en Uitkeringen van het Aanvullingsfonds, cao BTER).

Hoogte van de aanvulling
De hoogte van de aanvulling pensioenpremie is 65% van de pensioenpremie bij deelname in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid. Als de
werknemer geen deelnemer is in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid maar in een ander pensioenfonds, dan wordt de werknemer voor de
vaststelling van de hoogte van de aanvulling pensioenpremie geacht over de periode waarover de WW- en/of ZW-uitkering is ontvangen deelnemer te zijn in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid.

De hoogte van de aanvulling pensioenpremie wordt vastgesteld op basis van het laatst bekende gemiddelde pensioenloon over een aaneengesloten periode van een halfjaar voorafgaande aan de eerste dag van de WW- of ZW-uitkering, waarop de werknemer ten minste de voor hem normale tijd werkzaam was.

Aanvulling aanvragen
De bouwplaatswerknemer moet zich voor het aanvragen van de aanvulling pensioenpremie melden bij een vakbondsconsulent van FNV of CNV Vakmensen.
De uta-werknemer kan zich voor het aanvragen van de aanvulling pensioenpremie schriftelijk melden bij APG.

De melding door de werknemer dient plaats te vinden binnen twee jaar na beëindiging van het recht op de WW- en/of ZW-uitkering of, als het recht op WW en/of ZW-uitkering langer dan 6 maanden duurt, binnen twee jaar na het verstrijken van die 6 maanden.

Eindejaarsuitkering aan WAO- en IVA-uitkeringsgerechtigden

Een ex-werknemer die al geruime tijd een WAO- of IVA-uitkering ontvangt, heeft mogelijk recht op een Eindejaarsuitkering vanuit het Aanvullingsfonds. De voorwaarden voor het aanvragen van een dergelijke Eindejaarsuitkering kun je vinden in het Reglement Aanvullingen en uitkeringen van het Aanvullingsfonds van de cao BTER en op de website van de Bedrijfstak Eigenregelingen.

Relevant

  • Onderwerp
Onderwerp O&O fonds
  • Thema