• Home
  • Actueel
  • Nieuws
  • Industrialisatie: kant-en-klare oplossing voor maatschappelijke vraagstukken?

Industrialisatie: kant-en-klare oplossing voor maatschappelijke vraagstukken?

maandag 12 oktober 2020

Kathelijne Koster

Coordinator Meerjarenprogramma's
Afbeelding Industrialisatie: kant-en-klare oplossing voor maatschappelijke vraagstukken?

Sneller, goedkoper, makkelijker, beter en nog circulair ook. Industrialisatie en prefab bouwen lijken het antwoord op alle uitdagingen in de bouw, van woningnood en milieuvraagstukken tot kwaliteit en personeel. Maar is dat ook zo? Is Nederland eigenlijk wel groot genoeg? En wat als je niet zulke diepe zakken hebt als de grote spelers in de markt? In de vierde aflevering van het Bouw Idee Café vier koplopers op het gebied van industrialisatie. Ofwel: groot denken en bouwen in een klein land.

Prefab, lees: handmatig bouwen in een bedrijfshal, is niet genoeg om die broodnodige betere, duurzamere en goedkopere huizen te maken en/of te renoveren. Ook op het gebied van industrialisatie zijn gelukkig heel wat inspirerende voorbeelden te vinden. In het vierde Bouw Idee Café gingen koplopers in gesprek. Peter Hutten van Van Wijnen lichtte toe hoe zijn bedrijf de capaciteit voor industrieel bouwen vergroot. Sjoerd Klijn Velderman stond als Programmamanager industrialisatie bij de Stroomversnelling mede aan de wieg van de ontwikkeling van buitengevelisolatie. Als directeur van Factory Zero zet hij bovendien een kant-en-klare klimaatmodule in de markt. Linda Rooijakkers meldde zich namens TBI Voorbij Prefab, dat met de gerobotiseerde productiestraat voor betonnen casco’s de wind mee heeft. Gevelproducent Rc Panels, vertegenwoordigd door Steffen van Rijs, maakt met vloerproducent VBI, IJB, Voorbij, Brouwer Units, Factory Zero en de Modulefabriek deel uit van een consortium dat in één dag een Modulaire Woning neerzet. 

Schaalgrootte

Om industrialisatie financieel aantrekkelijk te maken, moet je denken aan 5.000+ eenheden per jaar. Dijkstra Draisma, Rc Panels en Factory Zero studeren (ondersteund door een forse subsidie door het ministerie van Binnenlandse Zaken) op dit moment op de ontwikkeling van een mega-factory waar 25.000 eenheden (huizen en/of renovaties) per jaar kunnen worden geproduceerd. Een dergelijke fabriek vraagt om een investering van 150 miljoen euro. Een klein bedrag voor techbedrijven, maar vrijwel ongekend voor de bouw.

Van Wijnen, in 2019 goed voor een negende plaats in de Cobouw50 en eigendom van investeringsmaatschappij HAL, kondigde al eerder aan substantieel te gaan investeren. Peter Hutten, digitaal te gast, komt in dat kader met groot nieuws: van Wijnen gaat in Heerenveen een fabriek bouwen die per jaar 4.000 woningen aflevert. De bouw van de circulaire en all-electric fabriek, die jaarlijks vierduizend woningen kan produceren, start dit najaar. “Begin 2022 is de nieuwe fabriek operationeel.’’ zegt Hutten. In de fabriek zullen de bekende Fijn Wonen-woningen worden geproduceerd. Woonoplossingen die het bedrijf aan corporaties, beleggers en ontwikkelaars in het hele land levert. Met de komst van de nieuwe fabriek kan deze productie dus verder omhoog.

Wie zal dat betalen?

In de chat leidt deze aankondiging tot een discussie over financiering. Die zal volgens aanwezigen vooral moeten komen van externe, nog niet-bouwgerelateerde partijen. “Geen grote bouwer die zelf voldoende kapitaal op kan brengen voor een investering van > 100mio.” Jan van der Doelen, Senior Sector Banker Building & Construction bij ING Business Banking gaat daar op in: “Financiering is inderdaad een belangrijke randvoorwaarde, maar de combinatie van veel vaste kosten en behoefte aan veel financiële flexibiliteit blijft erg ingewikkeld.” Hij krijgt de bal echter direct terug van Donkers Market Intelligence: “Onmiskenbaar een juiste constatering maar die complexiteit kennen we ook al geruime tijd. Kortom, wie ontzorgt en opent deze markt?”

Een van de kijkers stelt in de uitzending de vraag hoe een klein bedrijf, dat niet de middelen heeft om groots te investeren, om moet gaan met industrialisatie. De deskundigen aan tafel zijn van mening dat een klein bedrijf ook voordelen biedt, al is het alleen maar omdat er kortere lijntjes zijn en sneller geschakeld kan worden. En niet iedereen hoeft een productiestraat in te richten. Kleinere producenten kunnen onderdeel uitmaken van een industrieel opschaalbaar concept. Hun advies: “Laat bijvoorbeeld een gevel niet op de traditionele manier metselen, maar bestel deze kant-en-klaar.” Het daadwerkelijk neerzetten van de woning wordt zo makkelijk dat daarvoor nauwelijks geschoold personeel meer nodig is – een oplossing voor het personeelsprobleem. “Net als tijdens de wederopbouw.”, merkt Klijn Velderman op. “Toen werden in razend tempo woningen neergezet door teams van een ervaren bouwer en een paar turfstekers.”

Eenheidsworst?

In de chatroom komt het tijdens de uitzending al ter sprake: leidt industrialisatie niet tot eenheidsworst? Juist niet, is de algemene visie van de kijkers. Door veel te standaardiseren kan met de rest van de tijd en middelen variatie worden aangebracht. En, zo bewijst ook de vlog bij Rc Panels, de robot daar kan metselpatronen aan die geen gewone metselaar meer betaalbaar kan maken. Maatwerk in de massa, zoals een kijker stelt. Hutten: “Seriematig werken valt uitstekend te industrialiseren. Min of meer dezelfde woningen leveren en die met een configurator aanpassen, is efficiënt, doelmatig en goedkoper dan hoe we nu bouwen. Mass customization is de sleutel tot het succes.” Van Rijs: “Als je de voorkant goed inregelt, dan kun je op je iPad een huis ontwerpen en direct naar de fabriek sturen. Als die data in de fabriek kan komen, kan alles.” Maar industrialisatie moet verder gaan dan het geautomatiseerd uitvoeren van traditionele oplossingen, zegt Max Barenbrug in de chat. “Geen kozijn zoals we dat nu kennen, terwijl ik eigenlijk een oplossing zoek voor daglicht en uitzicht.”

Nieuwe rollen, nieuwe kijk

De bouw heeft nog weinig ervaring met industrialisatie, zegt Klijn Velderman. Door te kijken naar bedrijfstakken die dat wél hebben, kun je veel leren zonder het wiel opnieuw uit te hoeven vinden. Als voorbeeld wordt de auto-industrie gebruikt. Een autofabrikant koopt ook niet alle onderdelen bij een garage, maar fabriceert ze zoveel mogelijk zelf. Echter: in de automotive is voor kleine automerken weinig plaats. Maar wel voor onderhoudspartijen, tweakers, importeurs en handelaars. Aannemers worden zo projectmanagers, bouwbedrijven worden ‘woningleveranciers’, zoals in de chat wordt opgemerkt. Metselaars bijvoorbeeld zullen op termijn overbodig worden, omdat hun werk gerobotiseerd gaat worden. Maar aan de andere kant wordt het tekort aan mankracht opgelost, en is het sneller, goedkoper en duurzamer. En voor vakmensen is er altijd plaats, zegt Van Rijs: “Die goede metselaar staat bij ons aan de metselrobot. Toch fijn als er een vakman meekijkt.”

Industrialisatie geen doel maar een middel

Sjoerd Klijn Velderman ziet industrialisatie en prefab vanuit zijn positie bij De Stroomversnelling vooral als middel om aan de behoeften van de energietransitie te voldoen. Industriële aanpakken kunnen zich ook uitstekend lenen voor de renovatiemarkt. Sterker nog, de roep van goedkoper en beter komt grotendeels uit die hoek. 44% van de kijkers is echter van mening dat de geplande opschaling van De Stroomversnelling niet bereikt wordt. En dat aantal is zorgelijk, vindt Klijn Velderman, want wie denkt dat de doelstellingen tóch niet gehaald worden, neemt ook niet de moeite om eraan te beginnen. Buiten de uitzending vertelde Klijn Velderman, die ook Algemeen Directeur is bij Factory Zero, overigens dat daar alweer creatief wordt nagedacht over (en gesleuteld aan) een product naast de iCem klimaatmodule. De vaart zit er daar dus in elk geval goed in.

Industriële prefab

Dat is ook het geval bij Voorbij Prefab, waar Lisa Rooijakkers als projectleider werkt. Voorbij Prefab maakt wanden voor prefab woningen en doet dit gerobotiseerd. De klant levert het te maken model, de robot maakt het. Met als voordelen dat er geen fouten gemaakt worden (de klant levert zelf het ontwerp), en dat er weinig afval is. Voorbij Prefab richt zich nu ook op isolatie, en doet dit door in de fabriek isolatiemateriaal aan te brengen op nat beton, wat een afvalpercentage van slechts 5% oplevert omdat het niet on site hoeft te worden aangebracht. Na afloop van de uitzending kwam dit onderwerp nog even terug en werden tips uitgewisseld voor het vinden van isolatiemateriaal op de juiste maat – want het kan altijd sneller en beter.

Snelheid niet het belangrijkste

Samenwerking is belangrijk voor succesvol industrialiseren. Dat bewijst de Modulaire Woning, die is ontwikkeld en wordt gemaakt door zeven partners – drie daarvan zijn in de studio aanwezig. Steffen van Rijs: “Een Modulaire Woning is binnen een dag klaar, omdat innovatieve ideeën op elkaar worden aangesloten. De middelen om dit te doen zijn er al. Ze moeten alleen op de juiste manier worden ingezet.” Voorwaarde is wel dat ALLE elementen goed zijn. “Maar”, nuanceert hij “dat een woning binnen een dag klaar is, is niet het belangrijkste. Het gaat erom dat er kosten bespaard worden en dat er beter gebouwd wordt. Een voorspelbare productiestroom levert een efficiënt werkende fabriek op met een gebalanceerde productiestroom. Hoe beter de productiestroom, hoe efficiënter er gewerkt kan worden.” Dat leidt tot de vraag aan de kijkers of off site productietijd omlaag brengen beter is dan on site. 47% vindt van wel. Maar het is moeilijk om deze met elkaar te vergelijken. Rooijakkers: “On site maakt één dag winst niet heel veel uit. In een fabriek daarentegen levert 20 seconden sneller produceren al ontzettend veel op.”

Over 10 jaar 80% van de nieuwbouw uit de fabriek?

Dan vraagt Maxime Verhagen of over tien jaar 80% van de nieuwbouw en de verduurzaming van bestaande bouw afkomstig is uit een tiental fabrieken. Klijn Velderman rekent voor dat dan op dit moment 9 ondernemers dezelfde beslissing moeten nemen als Van Wijnen 3 jaar geleden. Dat gaat dus niet lukken. Van Rijs heeft een oplossing: “Met partnerships tussen industriële partners kun je ook een fabriek vormen. Maar dan moet je wel alles op elkaar afstemmen.” In de chat wordt daarop instemmend gereageerd: “Er zullen meer 'system integrators' moeten komen die deeloplossingen bij elkaar brengen aan de hand van ProductMarktCombinaties. Net als Van Wijnen eerst heeft gedaan. Daarbij zal de system integrator (nieuwe digitaal georiënteerde partijen?) de nieuwe regisseur aan de commerciële kant worden.”

Het hoe is dus nog onduidelijk, maar dat opschaling en industrialisatie bittere noodzaak zijn om aan de vraag te kunnen voldoen, daarover zijn de gasten het eens. Rooijakkers: “Het is moeilijker om aan mensen te komen. Industrialisatie is daarop een antwoord. Maar dan wel op basis van een continue stroom. We kunnen wel heel veel gaan opschalen, maar als we alle fabrieken maar voor 60% gebruiken, dan is dat zonde.”

Conclusie van deze uitzending: Sta open voor de kansen die industrialisatie biedt. Wees niet terughoudend, maar zet de stap naar industrialisatie. Kijk naar voren, verken de kansen, en haal het elastiek van je rug!