Diverse betrokken organisaties

Afbeelding Diverse betrokken organisaties

In de ondergrondse infratechniek branche zijn diverse organisaties betrokken bij opleiden en certificeren in de branche, de meest relevante zijn in dit overzicht opgenomen.

CKB Certificatieregeling Kabel- en Buizenlegbedrijven

De Stichting Certificatieregeling Kabelinfrastructuur en Buizenlegbedrijven (Stichting CKB) is in 1998 opgericht door opdrachtgevers en aannemers in de kabel- en leidingenbranche met het doel de kwaliteit, veiligheid, milieuzorg en arbeidsomstandigheden van de buizen- en kabellegbedrijven middels certificatie van beheerssystemen te bevorderen. De Stichting doet dit door het beheren van de Certificatieregeling Kabelinfrastructuur en Buizenlegbedrijven (CKB), een regeling om de kwaliteit van bedrijven te borgen.

Bedrijven die aan de CKB-regeling voldoen, kunnen bij een onafhankelijke Certificerende Instelling een certificaat verkrijgen. Bij goedkeuring ontvangt het bedrijf het CKB-certificaat en wordt het opgenomen in het register van CKB-gecertifceerde bedrijven. Het certificaat is drie jaar geldig. Tussentijds wordt het bedrijf echter nog vele malen gecontroleerd op het voldoen aan alle regels. Omdat niet alle bedrijven dezelfde werkzaamheden uitvoeren, kan certificatie voor drie scopes worden aangevraagd, te weten "Kabelinfrastructuur", "Buizenlegbedrijven" en "Sleufloze Technieken ". Deze scopes zijn weer onderverdeeld in verschillende processen, variërend van het aansluiten van gasleidingen van staal tot het monteren van koperen kabels voor informatieoverdracht. Meer hierover is te lezen op de webpagina over de regeling.

  • Organisatie
    De Stichting bestaat uit een Bestuur, een Centraal College van Deskundigen, het Harmonisatie-overleg, de Projectgroep opleidingen en het secretariaat. De Stichting werkt volgens procedures die zijn vastgelegd in het Procedurehandboek. Aan de CKB-regeling nemen veel opdrachtgevende en opdrachtnemende partijen deel uit de kabelleg- en buizenlegbranche. Het bestuur van de Stichting CKB en het College van Deskundigen worden door deze partijen gevormd. Bekijk de organisatie van CKB.
     
  • Geschiedenis
    Midden jaren ’90 hebben de volgende partijen de Stichting CKB opgericht, en de CKB regeling opgesteld. De deelnemers zijn:
    • Ministerie van Defensie Verantwoordelijk voor een veilig, ondernemend en welvarend Nederland
    • Ministerie van Infrastructuur & Milieu; Rijkswaterstaat beheert en ontwikkelt het nationale netwerk van wegen en vaarwegen
    • KPN Leverancier van Telecommunicatie- en IT-diensten in Nederland
    • Prorail Verantwoordelijk voor aanleg, onderhoud, beheer en veiligheid van het Nederlandse spoorwegnet
    • Netbeheer Nederland Brancheorganisatie van elektriciteit- en gasnetbedrijven
    • Energie-Nederland Belangenbehartiger van vrijwel alle energiebedrijven in Nederland
    • VEWIN: Vereniging van Waterleidingbedrijven in Nederland
    • Bouwend Nederland: Vereniging voor bouw- en infrabedrijven, Vakgroep Ondergrondse Netwerken en Grondwaterbeheer
    • Uneto VNI: Ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en de elektrotechnische detailhandel

De regeling is in gezamenlijkheid opgesteld en bijgehouden door opdrachtgevers én opdrachtnemers, verenigd in het College van Deskundigen. Hierdoor zijn de eisen in de regeling up-to-date en adequaat toegespitst op de technische ontwikkelingen en marktverhoudingen binnen de sector. De regeling is sinds de oprichting een aantal keren geactualiseerd en herzien.

  • Werkwijze
    Kabel- en buizenlegbedrijven kunnen zich als bedrijf laten certificeren. CKB is dus een bedrijfscertificering en geen persoonscertificering. Om te voldoen aan de gestelde eisen, moeten in het bedrijf en aan elk project dat onder de CKB eisen valt wel mensen werken die voldoen aan de gestelde opleidingseisen per functie. Certificatie vindt pas plaats als een bedrijf:
  • Opleidingseisen
    Binnen de CKB-regeling wordt per scope/proces een veelvoud aan functies onderscheiden (Losse bijlage 3, Functie-eisen) Deze functies hebben met elkaar gemeen omdat ze allemaal  het uitvoerende deel van de aannemersbedrijven betreffen. Voor alle functies zijn deskundigheidseisen opgesteld, die in de regeling nader zijn uitgewerkt. Om aantoonbaar aan de gestelde deskundigheids- en vaardigheidseisen te voldoen, volgt men opleidingen en cursussen die je opleiden tot een voldoende niveau voor een bepaalde functie. Bedrijven en opleidingsinstituten kunnen zelf opleidingen voordragen. Hiervoor geldt de procedure voor het aanmelden van een niet in de regeling genoemde opleiding (Losse bijlage 4, Procedure toelating opleiding).

    De Projectgroep Opleidingen stelt vast welke cursussen en/of opleidingen tot voldoende niveau en kennis voor het uitoefenen van een bepaalde CKB-gerelateerde functie opleiden en of eventuele vrijstellingen worden verleend. De Projectgroep Opleidingen werkt hierbij volgens het door het CCvD opgestelde reglement en Procedure IX uit het Procedurehandboek. De projectgroep opleidingen beheert en onderhoud het “Overzicht toegelaten opleidingen”. De projectgroep opleidingen beoordeelt de ingediende verzoeken tot leeftijds-, persoonlijke of collectieve dispensatie.

    Wanneer een functionaris niet voldoet aan de in de CKB-Regeling vereiste opleidingseisen in het “Overzicht Toegelaten Opleidingen” (zie bijlage), dan zijn er 4 mogelijkheden.
    • Toelating opleiding: het opleidingsinstituut waar een alternatieve opleiding is gevolgd, dient een aanvraag in om de betreffende cursus/opleiding toe te laten voegen aan het Overzicht Toegelaten Opleidingen. Voorwaarde: de opleiding staat open voor (functionarissen van) alle certificaathouders.
    • Collectieve vrijstelling: het bedrijf waar een alternatieve interne opleiding is gevolgd, dient een aanvraag in voor Collectieve vrijstelling van functionarissen die de betreffende cursus/opleiding hebben gevolgd.
    • Persoonlijke of Leeftijdsdispensatie: functionarissen kunnen op grond van een alternatieve opleiding of leeftijd op individuele basis vrijstelling van een toegelaten opleiding of cursus aanvragen.
    • Opleiding: de functionaris volgt alsnog een van de vereiste opleidingen In de procedure “losse bijlage 4 procedure voor het aanmelden van een niet in de regeling genoemde opleiding en het aanvragen van vrijstellingen” is terug te vinden hoe een dergelijke aanvraag kan worden ingediend.

De Vakgroep is vertegenwoordigd met posities in het CKB-bestuur en de projectgroep opleidingen. Een overzicht van toegelaten opleidingen is terug te vinden via de website van CKB.

GOA Infra Opleidingen

GOA Infra Opleidingen is een samenwerkingsverband van deelnemende aannemers, waarbinnen leerlingen worden opgeleid tot monteur of technicus in de ondergrondse infratechniek.

  • Organisatie
    GOA Infra Opleidingen heeft eigen regionale opleidingscentra en praktijkwerkplaatsen. Zij zorgen voor plaatsing van de leerlingen bij een erkend (SBB) leerbedrijf en voor een leerovereenkomst met een ROC in de buurt van de woonplaats van de leerling. GOA Infra Opleidingen heeft een bestuur, bestaande uit directieleden van deelnemende bedrijven. Meer informatie op www.goainfraopleidingen.nl.
  • Geschiedenis
    In de jaren 80 was er een crisis die aanleiding heeft gegeven om als branche gezamenlijk te kijken naar de toekomst van opleiden voor de kabel- en leidingbranche. Door het oprichten van een samenwerkingsverband (SPG: Stichting samenwerkingsverband Praktijkopleidingen GWW) in 1985 is de eerste start gemaakt naar wat nu SPG Kabel- en Leidingtechniek is. Deze SPG-en zijn allen verbonden aan de Bouw-cao. In de jaren erop volgend werden nog diverse initiatieven opgepikt en werden her en der in het land soortgelijke stichtingen in het leven geroepen. In 1995 hebben de toenmalige bedrijven besloten de krachten te bundelen en de stichting meer structuur te geven. De oprichting van GOA Leidingtechniek (Stichting Gemeenschappelijke Opleidingsactiviteiten Leidingtechniek) was een feit. GOA Leidingtechniek werd vanuit de diverse SPG-en bestuurd. Begin 2000 werd steeds duidelijker dat de diverse bedrijven hun personeel niet meer onderbrachten in de Bouw-cao maar in de cao voor de Kleinmetaal. In 2011 heeft dit geresulteerd in het oprichten van het SPG Infratechniek Nederland die zich specifiek richt op medewerkers in de Kleinmetaal. Dit SPG heeft een landelijke dekking. Door deze ontwikkeling is door de diverse besturen besloten om alle separate BOUW-SPG te fuseren tot één SPG voor de Bouw-cao. In 2013 is uit deze fusie het SPG Kabel en Leidingtechniek ontstaan.

  • Werkwijze
    GOA Infra Opleidingen werft en selecteert (aankomende) leerlingen en stelt deze voor aan een leerbedrijf, of werft op verzoek van een leerbedrijf. De leerling gaat in dienst bij GOA Infra Opleidingen of direct bij het leerbedrijf. De leerling wordt begeleid door een coördinator van GOA Infra Opleidingen. De leerling gaat 4 dagen per week onder begeleiding werken bij het leerbedrijf en volgt 1 dag per week de opleiding bij het betrokken ROC en/of in de betrokken praktijkwerkplaats. GOA Infra Opleidingen werkt op 5 locaties in Nederland: Heerjansdam, Heerhugowaard, Nieuwleusen, Eindhoven en Nieuwegein. Er zijn diverse mogelijkheden voor uitvoering van de opleiding.

  • Opleiden
    GOA Infra Opleidingen leidt aankomende monteurs en technici op binnen de kwalificaties van de kwalificatiedossiers Infratechniek en Infratechniek Kader.

Kwalificatiedossier Infratechniek (niveau 2 en 3)
Kwalificaties op niveau 2

  • monteur gas, water en warmtedistributie
  • monteur laagspanningsdistributie
  • monteur middenspanningsdistributie

Kwalificaties op niveau 3

  • eerste monteur gas, water en warmtedistributie
  • eerste monteur laagspanningsdistributie
  • eerste monteur middenspanningsdistributie

Kwalificatiedossier Infratechniek (kader) (niveau 4)

  • technicus gas
  • technicus elektrotechniek

 

Stichting BLEI

Stichting BLEI is een landelijke samenwerkingsorganisatie voor leermiddelen en examenproducten in de ondergrondse infratechniek waarbij regionale partijen aangesloten zijn. Er is voor een landelijke aanpak gekozen om te kunnen voldoen aan de regionale opleidingsbehoefte. 

  • Organisatie
    Het bestuur van Stichting BLEI wordt gevormd door de oorspronkelijke financiers, de Vakgroep ONG, GOA Leidingtechniek, O&O fonds Energiebedrijven, O&O fonds waterbedrijven en Enexis. Sinds 2018 is ook Uneto VNI aangesloten en tevens opgenomen in het bestuur. Een stuurgroep bestaande uit een aantal partner-ROC’s adviseert Stichting BLEI. Meer informatie op www.stichtingblei.nl.
     
  • Geschiedenis
    Naar aanleiding van het plan “focus op Vakmanschap” in 2012 van de minister van onderwijs, ging de kwalificatiestructuur destijds op de schop. Alle kwalificatiedossiers werden in een nieuw format gegoten. De herziene kwalificatiedossiers Infratechniek en Infratechniek Kader zijn door aannemerij, netbeheerders en ROC’s in de periode 2012 -2014 opgesteld onder de verantwoordelijkheid van kenniscentra Kenteq en Volandis. Na 1 augustus 2015 is deze wettelijke taak overgedragen aan SBB. Na de samenwerking tijdens de realisatie van de door alle partijen gedragen kwalificatiedossiers is geconcludeerd dat de versnippering in opleidingen onze branche niet ten goede kwam. Herkenbare erkende diploma’s waarbij duidelijk is wat leerlingen hebben geleerd, kennen en kunnen, werd door alle partijen belangrijk geacht. Gezamenlijk is besloten het beschikbare bestaande lesmateriaal en de leermiddelen bij elkaar te voegen en met elkaar nieuwe leermiddelen te ontwikkelen die door de hele branche gebruikt kunnen worden. De eigenaren van bestaand lesmateriaal (de Vakgroep ONG, GOA Leidingtechniek, O&O fonds Energiebedrijven, O&O fonds waterbedrijven en Enexis) hebben met elkaar de Stichting BLEI (branchesamenwerking leermiddelen en examenproducten) opgericht. Er zijn ROC’s geselecteerd die al jaren structureel actief zijn met één of meer opleidingen binnen het kwalificatiedossier Infratechniek. Tevens werken zij constructief en tot wederzijdse tevredenheid samen met het bedrijfsleven. Zij zijn benoemd tot partner-ROC’s van BLEI.
  • Gaandeweg het ontwikkeltraject is tevens besloten het examenproces te uniformeren, daarvoor is samenwerking gezocht met Examenservice MEI (doorklik naar 6.4 ESMEI). ESMEI maakt, met de inbreng van de aannemerij, netbeheerders en ROC’s in werkgroepen, de bijbehorende examenproducten. Alle partner-ROC’s van BLEI zijn aangesloten bij ESMEI en maken gebruik van deze examenproducten.

  • Werkwijze
    Scholen en leerbedrijven werken met praktijkwerkplaatsen waar studenten praktijkervaring op kunnen doen voor één of meerdere opleidingen binnen het kwalificatiedossier Infratechniek. Om te garanderen dat de praktijkwerkplaatsen waarmee wordt gewerkt in het opleiden van de monteurs voldoen aan de eisen in het kwalificatiedossier, werkt Stichting BLEI met erkende praktijkwerkplaatsen. Een erkende praktijkwerkplaats wil zeggen dat in die praktijkwerkplaats voor de discipline gas, water, warmte, laagspanning of middenspanning alles aanwezig is wat nodig is de vereiste praktijkvaardigheden uit het kwalificatiedossier in een gesimuleerde omgeving te kunnen leren en oefenen. Op de website staan de voorwaarden waaraan een praktijkwerkplaats moet voldoen. Een commissie van Stichting BLEI legt een erkenningsbezoek af. Op de website staan de reeds erkende praktijkwerkplaatsen vermeld.
     
  • Leermiddelen
    Scholen en leerbedrijven werken met praktijkwerkplaatsen waar studenten praktijkervaring op kunnen doen voor één of meerdere opleidingen binnen het kwalificatiedossier Infratechniek. Om te garanderen dat de praktijkwerkplaatsen waarmee wordt gewerkt in het opleiden van de monteurs voldoen aan de eisen in het kwalificatiedossier, werkt Stichting BLEI met erkende praktijkwerkplaatsen. Een erkende praktijkwerkplaats wil zeggen dat in die praktijkwerkplaats voor de discipline gas, water, warmte, laagspanning of middenspanning alles aanwezig is wat nodig is de vereiste praktijkvaardigheden uit het kwalificatiedossier in een gesimuleerde omgeving te kunnen leren en oefenen. Op de website staan de voorwaarden waaraan een praktijkwerkplaats moet voldoen. Een commissie van Stichting BLEI legt een erkenningsbezoek af. Op de website staan de reeds erkende praktijkwerkplaatsen vermeld.

Examenservice MEI

De Stichting Examenservice MEI biedt - als samenwerkingsverband van, voor en door scholen en branches - scholen en bedrijven in de sectoren Metaal, Elektrotechniek, Installatietechniek en Infratechniek producten voor het kwalificerend beoordelen en examineren van studenten. ESMEI maakt examenproducten in nauwe samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven. BLEI werkt samen met Stichting ESMEI (Examenservice MEI) aan een uniform examenproces voor de opleidingen in het kwalificatiedossier Infratechniek.

  • Organisatie
    Examenservice MEI (Stichting Examenservice Metaal, Elektrotechniek en Installatietechniek) is een stichting, door KIWA gecertificeerd, van inmiddels 45 onderwijsinstellingen en de werkgeversorganisaties Koninklijke Metaalunie (Nederlandse organisatie van ondernemers in het midden- en kleinbedrijf in de metaal), Uneto-VNI (ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en de elektrotechnische detailhandel), NVKL (Nederlandse vereniging van ondernemingen op het gebied van koudetechniek en luchtbehandeling) en de Stichting BLEI  (Stichting  Branchesamenwerking, Leermiddelen, Examenproducten, Infratechniek).

    De Vakgroep is vertegenwoordigd met posities in het ontwikkelplatform GWW+LS/MS, de Vakcommissie en de Vaststellingscommissie.

  • Geschiedenis
    Stichting ESMEI is opgericht in 2012 met als doel een dekkend aanbod aan examens in de Metaal-, Elektrotechniek- en Installatietechniekbranche wat gebruikt wordt door alle ROC’s die opleidingen in deze branches aanbieden. Via een samenwerkingsnetwerk van betrokken ROC’s en bedrijfsleven worden examenproducten ontwikkeld en gevalideerd. Gaandeweg het ontwikkeltraject van Stichting BLEI is tevens besloten het examenproces te uniformeren, daarvoor is in 2015 de samenwerking gezocht met Examenservice MEI. ESMEI maakt, met de inbreng van de aannemerij, netbeheerders en ROC’s in werkgroepen, de bijbehorende examenproducten. Alle partner-ROC’s van BLEI zijn aangesloten bij ESMEI en maken gebruik van deze examenproducten.
     
  • Werkwijze
    Een constructeur van ESMEI zet een examenproduct op en stemt dit af met het ontwikkelplatform GWW of LS/MS. De Vakcommissie Infratechniek controleert het werk van het ontwikkelplatform en geeft suggesties ter verbetering. De constructeur beoordeelt de eventuele verbetersuggesties en voert deze door waar van toepassing. Het screeningsplatform controleert of de examenproducten voldoen aan de gestelde eisen vanuit de inspectie van onderwijs. De vaststellingscommissie stelt de examenproducten vast. Van 2015 tot 2018 hebben betrokkenen bij ESMEI, het ontwikkelplatform en de Vakcommissie hard gewerkt om alle examens voor onze kwalificaties en keuzedelen op te stellen, te controleren en te valideren.

SBB

De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB is sinds 1 januari 2012 actief. Deze landelijke stichting verbindt het georganiseerd bedrijfsleven en het middelbaar beroepsonderwijs ten bate van het MBO onderwijs in Nederland. Meer informatie op www.s-bb.nl.

  • Organisatie
    Het doel van SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) is ervoor te zorgen dat studenten de beste praktijkopleiding krijgen met uitzicht op een baan en dat bedrijven nu en in de toekomst beschikken over de vakmensen die ze nodig hebben. De wettelijke taken van SBB zijn:
    • Erkennen en begeleiden leerbedrijven;
    • Onderhouden van de mbo-kwalificatiestructuur;
    • Verzorgen van informatie over de arbeidsmarkt, beroepspraktijkvorming (stages en leerbanen) en de doelmatigheid van het opleidingsaanbod.

      SBB 8 sectorkamers, TGO / 8 marktsegmenten
      De SBB bestaat uit 8 sectorkamers; onze sectorkamer heet Techniek en Gebouwde Omgeving (TGO). In de sectorkamers maken onderwijs en bedrijfsleven sectorspecifieke afspraken over de uitvoering van de wettelijke taken. Tevens komen ook andere onderwerpen aan bod die te maken hebben met de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. Elke sectorkamer bestaat uit marksegmenten. Via marktsegmenten komen belangrijke invloeden en ontwikkelingen van de sectorale achterban op de agenda van de sectorkamers. De vertegenwoordiger van de sectorkamer haalt informatie op uit het marktsegment en doet voorstellen in de sectorkamer. Marktsegmenten handelen onder verantwoordelijkheid van de sectorkamer en staan los van het bestuur van SBB. Het SBB-bestuur benoemt geen leden.

  • Geschiedenis
    De geschiedenis van SBB start in 1954. 27 Opleidingsorganen richtten in dat jaar het Centraal Orgaan Landelijke Opleidingsorganen (COLO) op. Binnen COLO konden zij het overleg met de Stichting van de Arbeid (STAR) centraal afstemmen. De opleidingsorganen waren ambachtelijke leerlingstelsels. Het bestuur bestond uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. In 1968 kwam de wet op het Leerlingwezen. Alle leerlingstelsels moesten landelijk en per branche georganiseerd worden. De inmiddels 35 landelijke opleidingsorganen waren verantwoordelijk voor het begeleiden van leerlingen. In 1973 ontstond het COLO-bureau en in 1983 kwamen de sociale partners ook in het COLO-bestuur.

    Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
    De Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) uit 1996 bundelde verschillende vormen van beroepsonderwijs. Het leerlingwezen maakte plaats voor de beroeps opleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). In 2002 werden de opleidingsorganen omgedoopt tot 'kenniscentra voor beroepsonderwijs en bedrijfsleven'. Binnen de kenniscentra werkten beroepsonderwijs en bedrijfsleven samen op sectoraal-, regionaal- en landelijk niveau. Kenniscentrum voor de Bouw en Infra was Fundeon en voor de techniek werd deze rol vervuld door Kenteq.

    SBB
    Op 1 januari 2012 veranderde COLO in SBB: Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Bedrijfsleven en onderwijs vormden samen SBB. De belangrijkste taak van SBB was het optimaliseren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op het bedrijfsleven.

    Veranderingen 2015
     Per 1 augustus 2015 voert SBB alle wettelijke taken uit voor de kwalificatiestructuur en beroepspraktijkvorming. Vanaf dat moment hebben alle kenniscentra hun wettelijke taken overgedragen aan SBB.

  • Werkwijze Marktsegment Infra
    De sectorkamer TGO kent 8 marktsegmenten, waarvan 4 over de gebouwde omgeving gaan: Infra, Burger- en utiliteitsbouw, Gespecialiseerde aanneming en Afbouw en onderhoud. In het marktsegment Infra worden onder andere de kwalificatiedossiers van Infratechniek behandeld en keuzedelen die hiervoor ontwikkeld of hieraan gekoppeld worden. In het marktsegment Infra is de ondergrondse infra goed vertegenwoordigd. Bekijk hier de sectorkamer Techniek en gebouwde omgeving.

Stipel

De Stichting Persoonscertificatie Energietechniek is een organisatie die zich bezighoudt met eenduidig examinering en certificering in de elektro- en gastechniek. Dit schept duidelijkheid in wat technici moeten kennen en kunnen om veilig te werken aan elektrische- en gasinstallaties. De in het kader van STIPEL verleende persoonscertificaten betreffen de volgende (sub)domeinen: Industrie/utiliteit hoogspanning en laagspanning, Energie laagspanning BEI-BLS, Energie midden- en hoogspanning BEI-BHS, en Energie gas VIAG. In de ondergrondse infratechniek geldt alleen de BEI en de VIAG, dus in deze Atlas vindt u alleen  informatie terug die gerelateerd is aan de BEI en VIAG. Meer informatie op www.stipel.nl.

    • Organisatie
      De organisatie van Stipel bestaat uit het Bestuur, de Raad van Belanghebbenden, het College van Deskundigen en de werkgroepen E en G die de examenvragen onderhouden.
       
    • Geschiedenis
      In 1998 is de Stichting Persoonscertificatie Elektrotechniek (STIPEL) opgericht die door een Centraal College van Deskundigen Elektrotechniek een certificatieregeling, op vrijwillige basis, ten behoeve van bekwaamheid van personen in de elektrotechniek heeft laten ontwikkelen. In 2008 is de bij de energiebedrijven ontwikkelde Persoonscertificering Energiebedrijven (PCE) bij de Stichting ondergebracht. De organisatie van STIPEL is hierop aangepast en statutair is daarom de naam van de stichting gewijzigd in “Stichting Persoonscertificatie Energietechniek”. De stichting is een initiatief vanuit het bedrijfsleven, met vertegenwoordigers uit verschillende richtingen: werkgevers, werknemers, certificaathouders, certificerende instellingen en opleidingsinstituten.

      Zoals vastgelegd in het Handboek van STIPEL kent de organisatie een Raad van Belanghebbenden, die de certificatieschema’s en bijbehorende certificatieprocedures beheert; daarnaast zijn er meerdere Colleges van Deskundigen mogelijk, die op initiatief van een bepaalde sector of branche en op voordracht van de Raad van Belanghebbenden door het bestuur van STIPEL kunnen worden aangesteld. Deze Colleges van Deskundigen ontwikkelen en onderhouden certificatieschema’s voor bepaalde bekwaamheidsprofielen van personen die werkzaam zijn in de energietechniek.

      Ten behoeve van de energiebedrijven (in casu de netbeheerders) is in 2008 een College van Deskundigen opgericht onder de naam College van Deskundigen Persoonscertificering Energiebedrijven, afgekort CvD-PCE. Dit CvD-PCE opereert binnen de Stichting STIPEL en houdt zich bezig met de certificatieschema’s voor de medewerkers van de energiebedrijven en de voor die energiebedrijven werkende aannemingsbedrijven.

    • Werkwijze
      De uitvoering van de door de Raad van Belanghebbenden vastgestelde certificatieschema’s wordt verricht door certificatie-instellingen waarmee Stipel een overeenkomst heeft afgesloten en - voor zover het certificatieschema’s betreft waarvoor accreditatie mogelijk is - die daartoe zijn geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie (RvA) op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17024. De certificatie-instelling kan met een, onafhankelijk van een opleidingsinstituut opererende, exameninstelling een overeenkomst sluiten waarin geregeld is, dat de exameninstelling namens de certificatie-instelling wordt belast met het afnemen van de theorie- en praktijktoets en het maken van een voorlopige beoordeling van de resultaten van de praktijktoets.

      De certificatie-instelling certificeert personen die voldoen aan de certificatiecriteria en die een overeenkomst daartoe sluiten met de certificatie-instelling. De certificatiecriteria zijn vastgelegd in certificatieschema’s, die zijn terug te vinden op de website van Stipel. De exameninstelling dient de procedures vast te leggen in een examenprocedure en de certificatie-instelling dient de procedures vast te leggen in een certificatieprocedure. Voor deelname aan Stipel BEI en VIAG examens kunt u terecht bij een exameninstelling.

    • VIAG en BEI
      De regelgeving bestaat uit een veiligheidsinstructie en diverse bijlagen waarin onder andere de aanwijzingenstructuur en de veiligheidswerkinstructies zijn uitgewerkt. Om werkzaamheden in de netwerken van de netbeheerders te mogen verrichten, moet door de werkgever een aanwijzing voor een bepaald bevoegdheidsniveau worden verstrekt. Zonder aanwijzing mag niet worden gewerkt. Een aanwijzing wordt gegeven door de directie van het bedrijf of door de personen die daarvoor opdracht van die directie hebben gekregen. Een aanwijzing is dus een competentieverklaring van de werkgever. Deze zorgt dat werkverantwoordelijken (WV-ers) beoordelen in hoeverre individuele medewerkers geacht mogen worden bepaalde werkzaamheden wel/niet uit te voeren. Het behaalde veiligheidsopleidingsniveau is daarbij de basis, maar ook ervaring/aangetoonde praktijkkennis spelen een rol. Naast de aanwijzing wordt een ‘raamopdracht’ afgegeven waarin op activiteitenniveau staat, wat wel/niet mag worden uitgevoerd.

      • IV (Installatieverantwoordelijke)
      • OIV (operationeel installatieverantwoordelijke)
      • WV (werkverantwoordelijke)
      • BD (bedieningsdeskundige)
      • AVP (allround vakbekwaam persoon)
      • VP (vakbekwaam persoon)
      • VOP (voldoende onderricht persoon)
      • THP (toegang hebbend persoon)

Voor het verkrijgen van een aanwijzing zijn in ieder geval een persoonscertificaat en algemeen ARBO gerelateerde certificaten (zoals VCA) en voldoende ervaring nodig (zie www.beiviag.nl voor de geldende opleidingseisen). De werkgever (directie) beoordeelt welke aanwijzing iemand nodig heeft,  of iemand voldoet aan de bij die aanwijzing behorende ervaringseisen, of iemand op verantwoorde wijze invulling kan geven aan die aanwijzing, en of iemand voldoende is opgeleid voor het optreden bij incidenten; De WV-er is vaak een uitvoerder, soms ook een specifiek vrijgesteld iemand, die ook een aanwijzing moet hebben. Het Stipel certificaat is een persoonscertificaat wat een bewijs is van jouw veiligheidstechnische bekwaamheid.

Stichting KIAD

De persoonscertificering Kwaliteit Instructie Drinkwater voor monteurs in de waterbranche wordt beheerd en onderhouden door de Stichting KIAD. De KIAD gaat over veiligheid, hygiëne en kwaliteit. Deze persoonscertificering geldt op 2 certificeringsniveaus voor zowel monteurs van aannemers als drinkwaterbedrijven. Meer informatie op www.kiad.nl.

  • Organisatie
    De Stichting KIAD kent een bestuur en een college van deskundigen. Beide zijn namens de Vakgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van diverse drinkwaterbedrijven en aannemende bedrijven.
     
  • Geschiedenis
    De Stichting Kwaliteit Instructie Drinkwater is opgericht in 2018. Op initiatief van Brabant Water werd in 2014 een bijeenkomst georganiseerd om de andere belangstellende drinkwaterbedrijven te informeren over de door hen sinds een aantal jaren ingevoerde KIAD. De Vakgroep was ook aanwezig bij deze bijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst is besloten een startnotitie op te stellen over de beoogde landelijk uniforme KIAD. Met uitzondering van Evides hebben alle drinkwaterbedrijven zich aangesloten bij het ontwikkelproces van de KIAD. De aannemerij wilde graag invloed hebben op dit proces; de Vakgroep Ondergrondse Netwerken en Grondwaterbeheer besloot zich aan te sluiten bij het initiatief. Een stuurgroep heeft de handschoen opgepakt,  hierin was ook de Vakgroep vertegenwoordigd.

    Deze vertegenwoordigers hebben verantwoording afgelegd aan de werkgroep VIAG BEI VEWA KIAD van de Vakgroep. Een werkgroep ‘Inhoud’ en ‘Organisatie’ heeft zich gebogen over de diverse mogelijkheden om een persoonscertificering voor watermonteurs in te richten. Naar aanleiding van de uitkomsten van deze werkgroepen zijn keuzes gemaakt voor het vervolgproces en de definitieve inrichting. Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van aannemers en drinkwaterbedrijven stelde een lijst op van onderwerpen, gedestilleerd uit de 5 opleidingen die als vooropleidingseis voor de KIAD gelden.

    Hierin zijn de volgende keuzes gemaakt: Welke zaken zijn nuttig en noodzakelijk om 1 keer in de vier jaar te toetsen? Welke zaken zijn gelijk voor zowel aannemers als drinkwaterbedrijven, ongeacht regio of drinkwaterbedrijf. De stuurgroep heeft gekozen voor de Stichting Wateropleidingen als uitvoerder van de KIAD examens. Onder leiding van deze Stichting heeft een constructiegroep, bestaande uit vertegenwoordigers van aannemers (4 p) en drinkwaterbedrijven (6 p), examenvragen gemaakt die passen binnen de gestelde randvoorwaarden. Certificatieschema’s zijn opgezet en gevalideerd door het ingestelde College van Deskundigen. Er kan sinds februari 2018 geëxamineerd worden voor KIAD examens. Het aantal beschikbare praktijkexamenlocaties is nog in ontwikkeling. 

  • Werkwijze
    Stichting Wateropleidingen beheert en onderhoudt de examens in opdracht van de Stichting KIAD. De certificatieschema’s zijn hierin leidend. Examenkandidaten melden zich - of via hun organisatie - aan bij Stichting Wateropleidingen. De Stichting controleert of de kandidaat voldoet aan de gestelde opleidingseisen. Kandidaten worden in overleg ingepland voor de theorie- en praktijkexamens. Na het behalen van zowel theorie als praktijk geeft de Stichting Wateropleidingen het KIAD-certificaat uit. Er zijn praktijkexamenlocaties in Eindhoven, Lelystad, Heerjansdam, Heerhugowaard en Hattem. Stichting Wateropleidingen controleert en contracteert de praktijkexamenlocaties.

  • KIAD-examens
    Het theorie examen bestaat uit 50 multiplechoice vragen verdeeld over de thema's kwaliteit, veiligheid en hygiëne en duurt 90 minuten. Het praktijkexamen bestaat uit 2 onderdelen: de voorbereiding en het uitvoeren van een werkstuk. Je maakt een kort plan van aanpak en gaat vervolgens aan de slag met het werkstuk in een gesimuleerde omgeving. Belangrijk hierbij is dat je, net als in het echte werk, alle veiligheids- en hygiëneregels in acht neemt en je wordt hierop beoordeeld door de examinatoren. Het praktijkexamen duurt 3 uur.